MENU

Stephanie Klein Nagelvoort ‘Bestuurlijk leiderschap draait om wat ánderen voor elkaar krijgen’

Stephanie Klein Nagelvoort werkte jaren als medisch specialist en hoogleraar interne geneeskunde. Nu is ze professor Zorg van de Toekomst en vicevoorzitter van het UMCG. Haar overtuiging: inspiratie is niet alleen interessant, ze is essentieel in de zorg.

Stap als dokter de wereld van besturen in, en het eerste dat je opvalt, is dat er een heel andere taal bij hoort. Dat is tenminste de ervaring van Stephanie Klein Nagelvoort. ‘Leidinggeven zit enorm op taal, de woorden die je kiest. Neem de jaargesprekken. Ik wil iemand iets meegeven, niet alleen een spiegel voorhouden, maar ook inspireren en een ander perspectief bieden. Kijk er eens zó naar. Dat lukt niet met droge feiten, maar met een goed verhaal. Misschien wel over een flater die ik zelf ooit geslagen heb, en wat ik daarvan geleerd heb.’

En dat terwijl Klein Nagelvoort zelf ‘een extreme bèta’ is. ‘En ik woonde in Nederland en Amerika. Beide talen beheers ik, maar als ik met de ene taal bezig ben, voelt het altijd alsof ik in de andere taal beter ben.’

Het maakt haar misschien extra gevoelig voor taal. ‘Als bestuurder ga ik vaak langs op afdelingen om te zien en horen hoe onze patiëntenzorg is in de praktijk. Tijdens een van die bezoeken sprak ik met een AIOS neurochirurgie, een supergetalenteerde dame. Ik vroeg haar of ze iets deden aan passende zorg, best een groot thema. Ze keek een beetje schaapachtig en zei: nee, eigenlijk niet.’

Bedoel je dát?

‘Toen ben ik gaan doorvragen: kijk je of een behandeling echt meerwaarde heeft voor deze specifieke patiënt, betrek je patiënten bij de zorg, maak je samen een plan, denk je na over of je zorg op de juiste plek levert? En zij zei: ‘O, is het dát? Ja natúúrlijk zijn we daarmee bezig.’ Klein Nagelvoort bedoelt maar: ‘Aan het concept passende zorg bleken bij ons véértig programma’s, projecten en akkoorden te hangen. Voor de mensen die het moesten doen, zeiden die woorden helemaal niks. Het hogere doel van alle veertig initiatieven samen als een grote beweging naar meer passende zorg ontging hen. Toen dacht ik: dit doen we dus niet goed.’ En dus werden al die veertig projecten hernoemd naar passende zorg. ‘Toen hadden we wel één verhaal, dat we aan iedereen vertelden. En dat medewerkers hielp om ermee aan de slag te gaan.’

‘Kijk, in de kern gaat bestuurlijk leiderschap om wat ánderen voor elkaar krijgen. Dat je als leider zorgt dat mensen iets kunnen doen, dat ze zonder jou niet gekund hadden. Inspiratie is daarvoor niet alleen interessant, het is essentieel. En in de zorg is daarvoor een fantastische basis. We worden allemaal door hetzelfde gedreven. Of je nu verpleegkundige, stafmedewerker of arts bent: we willen allemaal impact realiseren, iets voor een ander betekenen.’

Stephanie Klein Nagelvoort

Dûh, nogal logisch

De vraag is vervolgens hoe je zorgt dat die inspiratie blijft én omgezet wordt in prestaties. ‘Dat doen we bij het UMCG door de professional in de lead te zetten, door het stimuleren van samenwerking en door professionals te ondersteunen met technologie en AI. Dan denk je misschien, ja dûh, nogal logisch, maar ik denk écht dat het hierop neerkomt. Voor ons als bestuurders betekent dat twee dingen. Dat we zo helder mogelijk maken wat we willen en wat we doen. En dat we het voorbeeld zijn van wat we willen zien.’

Zo voerde het UMCG onder meer de Afschafprijs in, waarvoor verpleegkundigen taken indienen die afgeschaft mogen worden. En zo maakt Klein Nagelvoort zich nu met twee andere ziekenhuizen hard voor een gezamenlijk EPD, waardoor samenwerken in de keten een stuk eenvoudiger wordt. Ook bedacht het UMCG de Reclaim 10% Award: stafleden en specialisten in opleiding kunnen ideeën aandragen om 10 procent van hun tijd terug te winnen. Lukt dat? Dan mogen ze die tijd besteden waaraan ze maar willen. ‘Er kwamen niet alleen 500 fantastische ideeën binnen, het bleek óók dat artsen zeer wijze besluiten nemen als ze zelf mogen kiezen waar ze hun tijd aan mogen besteden. Ze kiezen bijvoorbeeld voor meer tijd voor de patiënt.’

‘Als ik na een dienst op de fiets naar huis zat, dacht ik: welke scenario’s hadden er nog meer kunnen zijn? Wat als ik A, B, of C had gedaan? Ik had een enorme focus op details en snelheid’

Denken op de fiets

Het goede voorbeeld zijn, betekent voor Klein Nagelvoort vaak bewust vertragen, zodat anderen ook echt in de lead kunnen zijn. ‘Ik heb jarenlang als arts op de spoedeisende hulp en de intensive care gewerkt. Ik krijg energie van een hoog tempo, en van continu verbeteren. Als ik na een dienst op de fiets naar huis zat, dacht ik: welke scenario’s hadden er nog meer kunnen zijn? Wat als ik A, B, of C had gedaan? Ik had een enorme focus op details en snelheid.’

Klein Nagelvoort houdt gewoon enorm van volle-vaart-vooruit. Een aantal jaren geleden was ze ziek. ‘Ja, het zag er echt heel ernstig uit. Maar goed, ik werd beter, en pakte mijn werk weer op. De mensen om mij heen dachten: die gaat rustig opbouwen, maar dat opbouwen vond ik lastig. En ik was binnen de kortste keren weer vol aan het werk.’

Aan die door-door-door mentaliteit kleven ook nadelen. ‘Je kunt ook té inspirerend zijn voor anderen, als je continu met iets nieuws komt. Je omgeving raakt totaal overwerkt van al je ideeën. Gelukkig hebben wij in huis een heel open cultuur. Dan krijg ik te horen: bemoei je er niet mee. En dat is alleen maar goed.’

Vertragen en loslaten

Inmiddels wordt ze steeds beter in vertragen en loslaten. ‘Ik probeer bijvoorbeeld met directeuren maar drie KPI’s per jaar af te spreken. Als die op orde zijn, hoeven we het er niet over te hebben. Dan kan de directeur zelf de agenda van de gesprekken met mij bepalen. Zo lang ik maar meegenomen word in dilemma’s en als het niet goed dreigt te gaan.’

Wat daarbij helpt, is iets dat ze jaren geleden leerde. Klein Nagelvoort zat nog bij het Erasmus MC en volgde een programma voor jonge vrouwelijke leiders. ‘Ik had van mijn toenmalige leidinggevende gehoord dat ik te veel een open boek was. Wat hij bedoelde: als ik vond dat iets slimmer of beter kon, dan zag je dat metéén aan mijn gezicht. Een coach leerde mij toen een foefje: als iemand iets zegt waar je iets van vindt, bedenk dan eerst vijf goede redenen waarom diegene dat zou zeggen. Dat helpt om te vertragen, en er niet meteen vol in te gaan. Dat foefje gebruik ik nog steeds. En het mooie is: die goede redenen vind ik eigenlijk altijd. Ze vormen de basis van gesprekken over de bedoeling en inspiratie. Om de cirkel rond te maken: daarmee help ik anderen om te doen wat ze zonder mij niet gekund hadden.’

Ziekenhuizen
Zorg