MENU

Agnes Klaren ‘Met tienduizend stappen per dag, houd ik ruimte in mijn hoofd’

Agnes Klaren, bestuurder bij Thebe, heeft haar hart verpand aan de ouderenzorg. Omdat deze zorg ‘van ons allemaal is’ én omdat hier de innovaties met grote maatschappelijke consequenties vandaan komen. Energiek werkt ze aan die veranderingen. ‘Ik ben wel van het presteren ja, de organisatie steeds weer verder brengen en cliënten en familie inspireren.’

Zo’n tien jaar geleden stond Klaren op een kruispunt. Jarenlang had ze gewerkt in de wereld van de ziekenhuizen, en nu overwoog ze: ga ik hier verder, of neem ik een ander spoor? Ze koos voor de ouderenzorg. ‘In het ziekenhuis had je destijds de discussie over vrijgevestigde artsen en maatschappen. Terwijl ik van de inhoud ben. Ik had de portefeuille innovatie en kwaliteit, maar we spraken veel over honoraria. Daar ging ik niet goed op. De ouderenzorg is juist erg naar buiten gericht. Eigenlijk werk je samen met de hele maatschappij.’

Te veel overgenomen

Het is óók een sector met enorme uitdagingen. Daar kijkt Klaren met een optimistisch soort helderheid naar. ‘Ik geloof dat de ouderenzorg echt anders kan, en dat ie dan nog beter wordt ook.’ Dat ‘anders’ begint met het principe dat Thebe niet zorgt voor mensen die dat zelf kunnen. De organisatie levert daarom alleen essentiële zorg. ‘De aanleiding is schaarste, maar het heeft ook oprecht iets moois. We geven weer wat terug aan mensen: eigen regie, en het plezier om er als familie, buren of vrijwilligers voor elkaar zijn. Eigenlijk is het ook heel absurd dat het zo ver gekomen is. We hebben zóveel overgenomen. Te veel. Het maakt mensen afhankelijk, en zeker niet minder eenzaam.’

Inmiddels is Thebe een jaar of vijf bezig met het realiseren van die andere, betere ouderenzorg. En de praktische ideeën daarvoor komen vaak uit de organisatie zelf. Zo vertelde een verpleegkundige jaren geleden dat ze op één dag bij vijf cliënten de ogen moest druppelen, terwijl er ook een telefoontje kwam dat een jonge moeder die terminaal ziek was, zorg nodig had. Klaren: ‘Die vraag had natuurlijk de hoogste prioriteit, dát was essentiële zorg, maar deze collega had geen tijd. Terwijl ze zeker wist dat vier van die vijf andere cliënten die oogdruppels met de juiste hulp gewoon zelf zouden kunnen. Toen hebben we meteen gezegd: wat hebben jullie nodig om cliënten hierbij te helpen?’

Zorgprocessen redesignen

Het werd een oogdruppelbril. In korte sprints introduceerde Thebe het gebruik ervan samen met andere zorgorganisaties in de regio. En op dezelfde manier ging de organisatie aan de slag met steunkousen en zwachtelen. En precies hier wordt het voor Klaren interessant. ‘Je moet eigenlijk alle zorgprocessen redesignen, ook buiten je organisatie. De oogartsen moeten weten dat ze niet meer tegen patiënten kunnen zeggen: bel na je operatie maar met de thuiszorg, die komen dan twee keer per dag druppelen. Sterker nog: hun assistenten moeten zeggen: vóórdat we gaan opereren, gaan we oefenen met het zelf druppelen. De apotheek moet zorgen dat de druppelbrillen klaarliggen. Enzovoort. Dat riep natuurlijk ook vragen op. Huisartsen belden en zeiden: deze cliënten zijn eenzaam, als jullie niet komen, wie houdt er dan een oogje in het zeil? Dat snap ik wel. Maar wij zijn niet van de eenzaamheid, wij zijn van de essentiële zorg. Dáár moeten we met elkaar naartoe werken.’

 ‘Wij zijn niet van de eenzaamheid, wij zijn van de essentiële zorg. Dáár moeten we met elkaar naartoe werken.’

Innovatie

Het principe ‘alleen essentiële zorg’ voert Thebe overal door. ‘We stimuleren en inspireren cliënten zo veel mogelijk zelf of met hulp van hun familie of techniek te doen. Als je gaat wonen in een van onze verpleeghuizen dan zeggen we: wij zijn er 24/7, maar we doen dit mét elkaar. Ook de familie heeft een rol.’

Thebe bracht voor de wijkverpleging alle veranderingen onder in het programma Het Roer Om dat ze met hulp van P5COM uitvoerde. ‘We creëerden overzicht, en maakten het behapbaar. Zo konden we de grote lijn bewaken. Het is zonde als je in de veelheid van projecten nét niks voor elkaar krijgt.’

Klaren zelf houdt helderheid in de veelheid van projecten door heel veel naar buiten te gaan. ‘Tienduizend stappen per dag, daardoor houd ik ruimte in mijn hoofd. Elk telefoontje dat ik buiten kán doen, doe ik buiten. En elke dinsdag wandelen we een uur met het bestuur, gewoon om te horen hoe het met de ander is, wat ons bezighoudt. Dat is echt mijn zuurstof.’

Beste werkgever, zonder ZZP’ers

De nieuwe manier van zorg verlenen is een succes. ‘Dat is niet alleen bij ons zo trouwens. Als ik kijk naar transformatie en innovatie, dan komen de grote veranderingen uit de ouderenzorg. Ze lijken klein, maar ze hebben enorme maatschappelijke consequenties. Dat zie ik als een inspiring performance.’

Anderhalf jaar geleden kon Thebe helemaal stoppen met de inzet van ZZP’ers en dit jaar werd de organisatie uitgeroepen tot beste werkgever. Ook de resultaten uit de waardenmeter (zeg maar het medewerkertevredenheidsonderzoek) waren positief: ‘Medewerkers voelen zich gezien en gehoord, en cliënten zijn ontzettend tevreden. Daar ben ik heel trots op.’

De organisatie heeft de positieve flow te pakken. ‘We hebben veel in teams geïnvesteerd. En we introduceerden De WAUW van Thebe: een campagne waarin onze eigen mensen vertellen waarom ze graag bij Thebe werken. Dat geeft energie, ondanks het verlies dat ook bij verandering hoort.’

‘Transformeren doet pijn. Voor die pijn moet ook ruimte zijn. Daarover spreken we met elkaar.’

Rust en vertrouwen

Want innoveren is niet alleen maar leuk. ‘Transformeren doet pijn. Voor die pijn moet ook ruimte zijn. Daarover spreken we met elkaar. Mijn taak is dat vanuit rust en vertrouwen te doen. Steeds met de boodschap: als we mevrouw Jansen blijven helpen, alleen maar omdat ze eenzaam is, hebben we geen duurzame oplossing. Dan kunnen we andere mensen niet helpen namelijk.’

En daar krijgt ze ook weer energie van. ‘Ik ben wel van het presteren ja. De ouderenzorg is van ons allemaal. Ik vind het leuk om de organisatie verder te brengen en cliënten en familie te inspireren om zorg samen op te pakken en partijen als gemeenten en verzekeraars daarin mee te nemen. Dán komen we bij de bedoeling en de inhoud waar ik zo van hou.’

VVT
Zorg