MENU

RONDE TAFEL ZPM Blik vooruit: werken met het ZPM in 2023

Na ruim een jaar Zorgprestatiemodel worstelen aanbieders van GGZ en FZ nog steeds met de uitvoering. De eerste rapportages liegen er niet om. En op de werkvloer en tijdens onze ronde tafels horen we ook dat veel aanbieders nog ongeveer dezelfde problemen ervaren als in het begin. Maar inmiddels is het óók tijd om vooruit te kijken. Wat betekent werken met het Zorgprestatiemodel in 2023? Hieronder verkennen we drie belangrijke vragen.

Werken met het Zorgprestatiemodel in 2023: Hoe kunnen we anders kijken naar begroting?

Eén norm stellen voor alle medewerkers, als het gaat om directe tijd? Dat kan niet meer, bleek al op ons webinar in 2021. Waar er in de DBC-tijd één uurtarief voor alle beroepen en settings was, is dat nu niet meer. En dat heeft praktische consequenties, ook voor de begroting. Die is niet meer te baseren op wat bijvoorbeeld een psychiater gemiddeld aan directe tijd moet maken. Dat gemiddelde betekent immers niet zoveel voor individuele medewerkers in verschillende settings. De uitdaging voor organisaties is om een begrotingsmethodiek te vinden die uitgaat van wat écht haalbaar is. Dat het ZPM ook nog eens zijn eigen dynamiek heeft aan de aanbodkant (hoeveel mensen beëindigen dit jaar hun behandeling voortijdig om maar niet nog een keer de eigen bijdrage te moeten betalen?), maakt dat extra ingewikkeld.

Het Zorgprestatiemodel vraagt een veel flexibeler en individuelere manier van kijken naar doelstellingen

Werken met het Zorgprestatiemodel in 2023: Hoe kunnen we preciezer én flexibeler worden?

Het Zorgprestatiemodel vraagt een veel flexibeler en individuelere manier van kijken naar doelstellingen. Zo gaf een van onze opdrachtgevers ieder team een eigen percentage directe tijd mee als doelstelling, gebaseerd op de financiële afspraken met de verzekeraar. Maar toen ze nog eens goed keken naar de functiemix in die teams, bleek dat de productie met deze formatie niet haalbaar was. Doordat de productie per fte niet meer vergelijkbaar is, loopt u eigenlijk altijd achter de feiten aan. Dat betekent dat organisaties preciezer én flexibeler moeten werken als het gaat om begroting, formatie en doelstellingen. Vooral in de team- en individuele doelen vraagt dit om meer differentiatie. Die laatste moeten eigenlijk per persoon vastgesteld worden. En individuele resultaten zijn weer moeilijker in managementinformatie om te zetten – wat weer gevolgen heeft voor organisatiebreed sturen.

Werken met het Zorgprestatiemodel in 2023: Hoe moeten we omgaan met onzekerheid?

Boven het eerste jaar ZPM hangt voorlopig nog één groot vraagteken: wat besluiten verzekeraars als het gaat om doel- en rechtmatigheid van de geleverde zorg? Zelfs aanbieders die ogenschijnlijk hun zaken redelijk op orde hebben, weten nog niet zeker wat de verzekeraar wel en niet gaat bekostigen. Dat zit hem in grijze gebieden. Waar eindigt bijvoorbeeld diagnostiek en begint behandeling? De vergoeding voor diagnostiek is hoger dan voor behandeling, dus lijkt het logisch voor diagnostiek te kiezen als een consult beide elementen bevat. Maar gaat de verzekeraar daarin mee? Zo zijn ook de grenzen mono- en multidisciplinaire zorg en outreachende zorg niet altijd scherp. Het programma ZPM heeft dit nog niet hard gedefinieerd. Dat maakt het inschatting van risico’s lastig, om nog maar te zwijgen van het actief verbeteren van processen.

Praat mee! Schuif aan bij de ronde tafel

P5COM organiseert regelmatig een digitale ronde tafel over het ZPM. Ben je manager of directeur in de fz of ggz? Kijk dan wanneer de volgende digitale ronde tafel is, en meld je direct aan.